Sint-Denijs voor dummies

De oude dorpskern van Sint-Denijs getuigt van een landelijke rust.  Het centrum wordt beheerst door het prachtige kerkgebouw.  In 1989 werd de kerkomtrek heraangelegd als openbare groene zone.  Ook het kruisbeeld van het voormalige “geuzenkerkhof” werd geïntegreerd in de nieuwe aanleg.  En tenslotte werd er in 2014 aan de zuidoostelijke zijde een bijkomende toegang aangebracht.  Dankzij deze nieuwe trappen wordt de omgeving mee opgenomen in de luisterrijke omkadering van de kerk.

Sint-Denijs

Sint-Denijs is een landelijk dorp in het zuiden van de Belgische provincie West-Vlaanderen.  In deze deelgemeente van Zwevegem ligt de nadruk op landbouw en wonen.  De gemeente heeft twee patroonheiligen, namelijk Sint-Dionysius en Sint-Genesius en waaraan het haar beide namen ontleent: Sint-Denijs (in het Nederlands) en Saint-Genois (in het Frans).

Sinds 1976 maakt Sint-Denijs deel uit van de gemeente Zwevegem.  Vóór de fusie had de gemeente een oppervlakte van 1659ha. en was daardoor een der grootste van West-Vlaanderen.  Parochie en de «oude gemeente» vallen echter niet helemaal samen: sinds 1938 behoren de Hoogstraat, de Perrestraat en de Heynholwegel toe de parochie Zwevegem-Knokke (Maria-Bernarda).

In 1800 telde de parochie, deel va het bisdom Doornik en behorend tot het decanaat Helkijn-Vlaamse 2.661 inwoners.  Vanaf 1801 was dit in het bisdom Gent, decanaat Menen.  En tenslotte werd de parochie in 1839, na de heroprichting van het Bisdom Brugge in 1834, overgeheveld naar het decanaat Avelgem.

Een oorkonde van het Doornikse O.-L.-Vrouwekapittel, daterend van 1156, vermeldt villam Sancti Genesii: het dorp of de nederzetting Sint-Genesius.  Twintig jaar later (1175) vermeldt dezelfde instelling in een oorkonde: altare de sancto Genesio, het altoor of de parochiekerk van Sint-Genesius.

Het patronaat van de kerk kwam toe aan vijf van de twaalf groot-vicarissen van de Doornikse kathedraal die bijna een derde van de tienden gaarden.  De rest werd verdeeld tussen de pastoor van Sint-Denijs, de reguliere kanunnikessen van de H. Augustinus (Pretz-Porchains) in Doornik, de pastoor van de Magdalena parochie aldaar en het kapittel van Harelbeke.  Ook de abt en de religieuzen van Chateau l’Abbaye hadden hun deel.

Het grondgebied van St.Denijs behoorde deels tot de kasselrij Kortrijk (842 ha. De Leiekant), deels tot het baljuwschap van Doornik (766 ha.).  Dat laatste deel, waar overigens de kerk op stond, werd bestuurd door de baljuw en de schepenen van het hoge Hof van Helkijn-St.-Denijs-Bossuit. Een koperen offerschaal met randschrift, bewaard in de sacristie, herinneren ons nog aan deze instelling.

Deze heerlijkheid hing af van het bisschoppelijk leenhof van Doornik en was bovendien in het bezit van de bisschop.  Hij was m.a.w. de Heer van St.-Denijs en bezat een groot kasteel te Helkijn en een buitenverblijf te St.-Denijs, vroeger de Belvedère geheten of Den Hul, in de volksmond.  Dit laatst was gebouwd in de vorm van een torenkasteeltje waarvan slechts één vleugel bewaard bleef. (Kooigemstraat).

Als wereldlijke heer én bisschop van deze parochie kon hij er toch de pastoor niet benoemen: dat kwam toe aan degene die het patronaatschap van de kerk bezat.  Het wethuis van het baljuwschap van Doornik, te St.-Denijs bevond zich op de plaats in de vroegere herberg St.-Hubert, later de Afspanning, Plaats, 29, waar voormaals het gemeentehuis was.

Het Vlaamse gedeelte van de parochie ressorteerde onder de baljuw en de schepenen van de heerlijkheid Beaulieu of Schoonhove: het lag tussen de kerk en de Streye, waarin de hele kouter van Bossuit begrepen was.  Het wethuis van Beaulieu stond op den Dries, in de herberg die in 1870 “A la Bonne Femme” heette. Beaulieu strekte zich uit in St.-Denijs en Helkijn en hing af van het leenhof Vijve-Dendermonde in St.-Eloois-Vijve. In de vijftiende en zestiende eeuw behoorde Beaulieu toe aan de heren van Avelgem.

Bezienswaardigheden

  • De molen Ter Claere is een grondzeiler staat op het hoogste punt van de gemeente (76 meter), tevens het hoogste punt tussen Schelde en Leie.  Deze molen is maalvaardig.  Zijn naam duikt voor het eerst op in 1415.  De houten molen werd volledig vernield in 1848.  Rond 1854 werd op die plaats een stenen molen gebouwd, die aan het eind van de Eerste Wereldoorlog door de Duitsers werd vernield.  De huidige molen dateert van 1923.
  • De parochiekerk van St.-Dionysius en St.-Genesius.
  • Den Hul, vroeger de Belvedère geheten, dateert van de achttiende eeuw en was vroeger het zomerverblijf van de bisschoppen van Doornik die in het naburige Helkijn een kasteel hadden.  Het bewaarde gedeelte is te zien langs de Kooigemstraat.  De huidige eigenaars hebben daar boeiend stedenbouwkundig verhaal van gemaakt: door de kelders mee te renoveren en deze te integreren in het woongedeelte, werd het volledige potentieel van deze ‘landmark’ in ere hersteld.
  • De oude dorpskern van Sint-Denijs getuigt van een landelijke rust.  Het centrum wordt beheerst door het prachtige kerkgebouw.  In 1989 werd de kerkomtrek heraangelegd als openbare groene zone.  Ook het kruisbeeld van het voormalige “geuzenkerkhof” werd geïntegreerd in de nieuwe aanleg.  En tenslotte werd er in 2014 aan de zuidoostelijke zijde een bijkomende toegang aangebracht.  Dankzij deze nieuwe trappen wordt de omgeving mee opgenomen in de luisterrijke omkadering van de kerk.

MEER INFO: